rajfotografie

TECHNIEK - Diafragma, Sluitertijd en ISO

diafragma

Wat kinderen als spelletje doen - door een gaatje kijken - doet een camera precies zo! De lensopening of diafragma in het objectief bepaalt wat de camera ziet en hoe groot de hoeveelheid licht is die op camerasensor kan vallen. diafragma

Wat het meisje op de foto met haar vingers doet, doet een cameralens met 'lamellen'. Een set metalen bladen die in een cirkel over elkaar geplaatst zijn met in het midden een opening.

F-waarden

De opening van het diafragma wordt uitgedrukt als een getal voorafgegaan door de letter f van focus (= brandpunt) en een slash. Staat het diafragma wijd open dan is de getalswaarde klein, bijvoorbeeld f/1.2. Omgekeerd heeft een heel kleine opening een hoog diafragmagetal. Vreemd? Ja en neen. Vreemd omdat een hoog diafragmagetal niet overeenkomt met een grote opening en een laag diafragmagetal niet met een kleine opening.

diafragma is oppervlak

De diafragmagetallen (van 1 naar 64) vormen een reeks waarbij iedere volgende waarde een tweemaal zo kleine lensopening heeft als de voorgaande waarde. Dat betekent dat de hoeveelheid licht die het diafragma kan doorlaten ook steeds de helft is. Dus f/1.2 laat de helft minder licht door dan f/1.0 enzovoort omdat de oppervlakte van de diafragma-opening steeds half zo groot is bij oplopende diafragmagetallen. In de praktijk heten die stappen 'een stop'. Ga je van een hogere waarde naar een lagere dan geldt uiteraard het omgekeerde, verdubbeling van de oppervlakte.

Diafragmagetallen
11.21.42.845.681116223264

De waarden in bovenstaande tabel zijn uit elkaar te berekenen door iedere waarde te vermenigvuldigen met 1.141. Deze waarde is de wortel uit 2. (1 x 1.141 = 1.4; 1.4 x 1.141 = 2 enzovoort). De opvolgende waarden (diafragmagetallen) zijn oppervlakten die steeds half zo groot zijn.

sluitertijd

Het diafragma is belangrijk maar slechts een deel van het verhaal. De sluitertijd is ook van belang en wordt altijd in combinatie met het diafragma gekozen.

Sluitertijd betekent de snelheid waarmee de sluiter van de camera open en dicht gaat. De grens tussen een hoge en een lage sluitertijd is niet exact. Het is een subjectief begrip, de ene sluitertijd is sneller of langzamer dan de andere. Het hangt van het onderwerp af of de fotograaf een snelle of minder snelle sluitertijd kiest.

snel betekent weinig licht

Bij een snelle sluitertijd zal de hoeveelheid licht die door het objectief op de sensor valt, beperkt zijn. Dus bij 1/100-ste seconde valt er meer licht op de sensor dan bij 1/8000-ste seconde. Duidelijk!

Er valt meer licht op de sensor wanneer de sluiter langer open is door een 'langere' sluitertijden.

langzaam betekent meer licht

Langere sluitertijden van veel minder dan 1/100-ste seconde zijn mogelijk maar hebben al gauw onscherpte tot gevolg. Bedoeld worden sluitertijden zoals bijvoorbeeld 1/60, 1/25, 1/10, 1/8 seconden. Nog langere sluitertijden van meer dan een minuut zijn ook mogelijk om onder extreem slechte lichtomstandigheden te kunnen fotograferen.

Lange of korte sluitertijden, ze hebben beide een doel. Afhankelijk van dat doel zal de fotograaf zijn sluitertijd kiezen. De gebruikte sluitertijd is niet alleen bedoeld om onscherpte te voorkomen. Ook voor het bereiken van een bepaald creatief effect is de keuze van de sluitertijd van belang.

Lees hier meer over

juiste belichting

De sluitertijd is ook bepalend voor het juist belichten van een foto. Bij een te korte sluitertijd zal een foto snel onderbelicht zijn. Omgekeerd zal bij een te lange sluitertijd de foto overbelicht zijn. Gelukkig hebben camera's een lichtmeter zodat de juiste belichtingstijd makkelijk te bepalen is.

ISO-waarde

Lichtomstandigheden kunnen er voor zorgen dat met de beschikbare sluitertijden en diafragma's op een camera, nog steeds niet goed gefotografeerd kan worden. Onder slechte lichtomstandigheden kom je dan 'licht' tekort. Veel camera's bieden gelukkig een oplossing doordat ze de lichtgevoeligheid van de sensor kunnen aanpassen.

ISO-norm

De International Standard Organisation stelt normen vast, zogenaamde ISO-normen. Die ISO-normen vind je op veel gebieden terug. Zo bestaat er een ISO-norm voor kwaliteitsmanagementsystemen ISO-9001 waarop bedrijven gecertificeerd kunnen worden. Een kwaliteitsgarantie dus. De ISO-waarde die in de fotografie bekend is, is ook zo`n norm en is een maat voor de lichtgevoeligheid van de sensor. Hogere lichtgevoeligheid betekent dat de sensor sterker op licht reageert en dus ook met minder licht nog beelden kan registreren. De ISO-waarde van camera`s varieert van 50 tot boven de 100.000.

hoge ISO-waarde

Meestal gebruiken fotografen een maximale ISO-waarde die niet hoger ligt dan ISO 6400. Hoe hoger hoe gevoeliger. Dat lijkt aantrekkelijk voor fotografie bij spaarzaam licht maar er zit ook een nadeel aan. De hogere lichtgevoeligheid gaat gepaard met toenemende ruis in het beeld. Dat is het gevolg van de werking van de sensor. Die maakt gebruik van `elektronische ontvangers`. Bij een hoge ISO-waarde treedt er storing op tussen de ontvangers en dat veroorzaakt de ruis.

ruis door hoge ISO

Ruis is niet altijd nadelig. Als creatieve techniek passen fotografen hoge ISO-waarden toe juist om ruis in het beeld te veroorzaken. Die ondersteunt dan het speciale karakter van hun foto`s.

analoog en ruis

Fotografen die nog analoog hebben gewerkt kennen de lichtgevoeligheid van films nog als de ASA-waarde. Een snelle film toen had een ASA-waarde van 400 of 27 DIN. Ook analoge films vertoonden meer ruis bij films met een hogere lichtgevoeligheid.